Van de rechter

Als A is gecremeerd ontstaat er onenigheid tussen haar dochter D (uit een eerder huwelijk van A) en haar echtgenoot E. Er is een meningsverschil over wat er met de as gaat gebeuren. D stapt naar de rechter omdat zij vermoedt dat E de as van haar moeder A wil uitstrooien in haar laatste woonplaats. Volgens D was het de laatste wens van haar moeder dat de urn bij haar terecht zou komen. Zij eist daarom bij de rechter dat zij de urn krijgt.

In de Wet op de lijkbezorging is bepaald dat de 'lijkbezorging' moet gebeuren in overeenstemming met de wens, of de vermoedelijke wens, van de overledene. Volgens de rechter moet onder 'lijkbezorging' ook bestemming van de as worden verstaan. De rechter gaat op zoek naar wat de wens van A is geweest. Als bewijs draagt D verschillende verklaringen aan, van familie en vrienden van haar moeder. De rechter oordeelt dat hij uit deze verklaringen moeilijk de wens van A kan afleiden. Het bewijs van D is dus niet overtuigend.

De rechter zit in een spagaat. Aan de ene kant kan D niet voldoende bewijzen wat de wens van haar moeder is geweest. Aan de andere kant maakt het uitstrooien van de as door E de situatie onomkeerbaar. De rechter oordeelt daarom dat er een onderzoek komt naar de wens van A. In de tussentijd mag de as niet worden uitgestrooid.

Wensen over de uitvaart en de laatste rustplaats kunnen worden vastgelegd in een testament of een codicil. Als u een bepaald iemand deze wens wilt laten uitvoeren en erop wil laten toezien dat uw wens wordt geĆ«erbiedigd, kunt u een executeur benoemen. Een executeur moet in een testament worden benoemd. Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u hier klikken.